Geef je kleding ruimte

20% .... dat is wat we effectief dragen van de kleren die in onze kast hangen. Niet zo veel dus. Kleren hebben dan ook ruimte nodig om tot hun recht te komen. Kleren die je niet ziet, zal je waarschijnlijk weinig of niet dragen. Dus maak komaf met die stapeltjes goed verstopte kleding in je kast.

Hoe begin je er aan?

  • Maak 3 categorieën: houden, weg (tweedehands / textielcontainer), twijfel

  • Sorteer per kledingstuk: T-shirts, broeken, rokken, bloezen, truien

Houden als

  • De kleding je zelfvertrouwen een boost geeft

  • Het je een goed gevoel geeft

  • Gemakkelijk en comfortabel zit

  • Gemakkelijk te combineren is met andere stuks in je kast

  • Het items zijn voor speciaal gebruik, zelfs al is dat maar periodiek: speciale kersttrui, formele kleding …

  • Het een mooi designerstuk is

Kleding gaat weg als

  • Je het meer dan een jaar niet gedragen hebt

  • Te klein of te groot is

  • Afgewassen of kapot is

  • Té jong voor je leeftijd is

  • Het niet gemakkelijk zit, kleding moet goed passen, mag nergens knellen

  • Je het niet opnieuw zou kopen

  • Je het niet meer leuk vindt

  • Je veel van hetzelfde hebt (je hebt echt geen 5 T-shirts nodig om mee in de tuin te werken)

Twijfel?

Hang je kapstok in omgekeerde richting. Als het er na een jaar nog zo hangt mag het weg.

Opbergen

  • Sorteer per seizoen, per categorie en volgens kleur

  • Leg seizoenskleding uit het zicht (combineer herfst/winter en lente/zomer). Sommige kleding kan je perfect over de seizoenen dragen.